“Zie ik iemand die ik niet ken, dan spreek ik die aan”

10 Juli 201524

Ook in Stokhasselt hebben bewoners burgerkracht. En begrijpen ze dat ze in de participatiesamenleving verder komen door voor elkaar klaar te staan.

Een serie portretten van kleurrijke bewoners, van betekenis voor hun eigen cultuur en die van hun buurman.

Ze wordt binnenkort 76 jaar, maar is gelukkig goed gezond, zegt ze. Miep Baarslag woont toch mooi al weer 40 jaar in Stokhasselt.

Als geboren Arnhemse heeft deze wijk in Tilburg Noord haar hart gestolen. “Want waar je kinderen krijgt, mensen leert kennen en je leven opbouwt, daar wil je niet meer weg. Ik moet er niet aan denken om dat ergens anders weer op te moeten bouwen”, zegt ze.
“Ik heb een fijn huis met een mooie tuin. De buurt is verandert, maar niet op een vervelende manier. In mijn straat zijn we als buren heel goed met elkaar. Er wonen veel verschillende nationaliteiten: Nederlands, Turks, Indiaas, Surinaams. Toen mijn man in het ziekenhuis lag, kwam een van de buurvrouwen naar me toe en zei: als u dingen hebt die een man moet doen, dan roept u mijn man maar.”
Miep is een bekende in Noord. Vooral van het werk dat ze doet voor de Zonnebloem. “We hebben in Stokhasselt achttien vrijwilligers. Samen bezoeken we zo’n 200 mensen. Vaak zijn dit zieke, eenzame of gehandicapte mensen die aan huis gekluisterd zijn. We organiseren elke maand een ontspanningsmiddag in de Ypelaer. Elke donderdagmiddag de bingo. En ieder jaar uitstapjes en een vakantie. Voor dat laatste moeten de mensen zelf betalen. Veel mensen weten niet dat ze ook voor de Zonnebloem gebruik kunnen maken van de meedoenregeling van de gemeente.”

Rond Tilburg is Miep een vertrouwde factor in het verkeer. Ze rijdt al meer dan 15 jaar met de taxi. Ze chauffeert voor basisschool Het Noorderlicht aan De Schans. Ze rijdt van Oisterwijk, Udenhout en Berkel-Enschot de kinderen naar de school. “Ik had daar altijd al een beetje naar gelonkt. Dat leek me zo leuk, rijden in zo’n bus. Ik las de advertentie, ik reageerde en kon meteen aan de slag. Ook voor de Zonnebloem heb ik busjes gereden.”
Miep bezoekt de mensen in de wijk, of die er woonden en verhuisd zijn. Via de KBO, het maatschappelijk werk, de Montfortkerk, invalidenvereniging ’t Stokske en Thebe wordt ze op de hoogte gebracht van mensen die best een steun in de rug kunnen gebruiken. Maar ze ‘ronselt’ ze ook zelf. “Zie ik iemand in een rolstoel die ik niet ken, dan spreek ik die aan. Even kijken hoe het met deze persoon gaat, of er misschien behoefte is aan contact met de Zonnebloem. Ik ken iedereen hier in de wijk. Ook als ik bij het Wagnerplein rondloop. De meeste mensen die we bezoeken zijn Nederlands van oorsprong. Ik hoop van harte dat mensen van andere culturen ook aansluiten. De Zonnebloem is er voor iedereen.”
De Zonnebloem vergrijst, de vrijwilligers worden allemaal een dagje ouder, zegt Miep. “De oudste bij ons is 86 jaar! Nieuwe vrijwilligers vinden is lastig. Mensen willen wel, maar willen zich niet vastleggen. Nou, dat kan ook hoor. Ook voor het bestuurswerk is het moeilijk vrijwilligers te vinden. Gelukkig gaat de Zonnebloem besturen samenvoegen, zodat wij kunnen doen wat ons het meeste voldoening geeft. Dat is het bezoeken van de mensen. En leuke dingen met ze ondernemen. Daar doe je het voor.”