“Vroeger moesten mensen langzaam praten, anders begreep ik ze niet.”

Bea 22015

Ook in Stokhasselt hebben bewoners burgerkracht. En begrijpen ze dat ze in de participatiesamenleving verder komen door voor elkaar klaar te staan.

“Als ik in de stad loop, word ik vaak aangesproken door de kinderen van mijn school. Ook al zijn sommigen al volwassen en lopen zelf al achter een kinderwagen, toch blijven ze me juf Bea noemen!”
Bea Lesteluhu (48) is een bekende Tilburger bij veel kinderen en hun ouders in Tilburg Noord. Ze woont er al 28 jaar, waarvan 21 jaar in de Mascagnistraat. 28 jaar geleden verliet ze Ambon, om te trouwen met haar man. Ook hij komt uit een Molukse familie, maar is geboren in Nederland. Zijn ouders woonden tijdens de jaren zestig in de Tartinistraat.
Toen ze in Tilburg kwam kende ze nog geen Nederlands. “Mijn tante nam me mee naar de Nederlandse les in de Ypelaer. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor.” Bea kreeg drie kinderen, ze zijn nu 27, 25 en 18 jaar. Inmiddels zijn er ook al twee kleinkinderen geboren. “Ik voel me nu heel gelukkig, al heb ik het niet altijd makkelijk gehad. Om zo jong te trouwen, je familie achter te laten, naar een land verhuizen waar je de taal niet kent. Je mocht daar niet zelf over beslissen. Ik heb het gevoel dat ik daar de laatste tijd eindelijk de vruchten van pluk. Vroeger werd er de baas over me gespeeld, nu niet meer. Het gaat goed met mijn kinderen en mijn man. Ik werk al meer dan 10 jaar bij basisschool de Regenboog en voor Nuevo in de thuiszorg.
Bea heeft een havo-diploma. Ze is een denker én een doener. Ze heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een heldere kijk op de dingen. “In mijn werk op de basisschool heb ik met kinderen van allerlei culturen te maken. Ik ben overblijfjuf. Wat ik doe is lief voor ze zijn en aandacht geven. En, heel belangrijk, ik ben ook streng!”, vertelt Bea lachend. “Weet je, de ouders vertrouwen hun kinderen aan me toe. Daarom zorg ik er voor dat ze goed eten. Ik zeg altijd: eerst eten en daarna pas spelen. En als ze stout zijn moeten ze de gang op. Het werkt. Anderen lopen langs mijn klas en zeggen: ‘Wat is het bij jou toch altijd rustig’. Ik breng de kinderen al vroeg respect voor eten bij. ‘Papa en mama hebben daar hard voor gewerkt en in andere landen hebben kinderen soms niets te eten’ zeg ik dan.”
Bea stimuleert haar kinderen om een eigen leven op te bouwen. “Ze zijn volwassen. Zelf weten ze waar hun geluk ligt. Dat is misschien anders dan ons geluk. Dat kan, want ieder mens is verschillend en deze tijd is weer anders.” Bea groeide in haar dorp op Ambon op met verschillende religies. Ze zag toen dat iedereen bidt voor dezelfde soort god, ieder geloof doet dat op de eigen manier maar noemt de dingen anders. “Mensen hebben dezelfde levensvragen en zoeken naar houvast. Het maakt niet uit, moslim of katholiek.”
Ze drukt de kinderen op het hart om altijd Nederlands te spreken op school. Ze weet nog hoe het was toen ze de taal nog niet goed beheerste. “Ik kom altijd nog ouders tegen van de school, of van Zigo, de voetbalclub waar mijn zoons hebben gevoetbald. Ze lachen als ze nu met me praten. ‘Vroeger’, zeggen ze, ‘toen moesten we altijd langzaam praten, zodat jij ons kon verstaan!’ En nu kunnen ze me bijna niet meer bijhouden, zo’n drukke kletskous ben ik!”