‘' Stink vlaai ‘’

FEAB155 A EC5 A 4722 8284 EAEB46 A611 FE

De maandelijkse column van van Tami.

Ooit was er in het winkelcentrum van het Wagnerplein een vlaaienwinkel.


In de vitrines lagen grote, ronde romige en fruitige vlaaien te wachten op de klant. Aardbeien-, mokka-, chocolade-, of kruimelvlaai, met toefjes slagroom of met een gesuikerd raster van goudbruin deeg over de sappige kersenvulling, het zag er allemaal even lekker uit.

Achter de toonbank stonden een paar glimlachende dames met geplooide schortjes voor, te bedienen. En opzij voorin de kleine zaak, was nog net plaats voor een stoel en een tafeltje van krullend sierijzer, gezellig met een tafelkleedje opgedekt.

Wie voor een feestje een vlaai wenste, hoefde nu niet meer naar de stad te fietsen, de vlaaien lagen zogezegd binnen handbereik. De zaak liep dan ook goed, op de centrale locatie van het drukbezochte Wagnerplein.

Nu was er één bepaalde bezoeker van het Wagnerplein, die het tegendeel leek van wat het heldere vlaaienwinkeltje uitstraalde. Het was een dikke, enigszins slonzige man, altijd vergezeld van zijn hond, een grote, langharige collie. De hond was al van verre te ruiken; de ongewassen, geklitte vacht verspreidde een muffe, doordringende hondengeur, die nog lang nadat beiden gepasseerd waren, te ruiken was.

De eigenaar rook dat zelf natuurlijk niet meer, hij was eraan gewend en je hoefde maar naar zijn omvangrijke gestalte te kijken om te beseffen dat het karwei van het wassen van zo’n forse en harige hond hem te veel moest zijn.

Juist deze man werd een vaste klant van de vlaaienwinkel. Elke dag zat hij op het stoeltje vooraan in de winkel en deed zich tegoed aan een royaal stuk vlaai met een kop koffie. Hij deed er lang over, onderwijl babbelend met de verkoopsters. De hond lag aan zijn voeten neergevlijd, het grote lijf zo uitgespreid dat de harige berg het eerste was, wat een naderende klant tegenkwam. Eigenlijk was het groezelige hondenlijf niet eens het eerste dat passanten waarnamen, dát was de allesoverheersende stank van een in jaren niet gewassen hond.

Zelfs als de zaak gesloten was, het rolluik neer, kon je in het voorbijgaan de vieze lucht ruiken. Het was een raadsel waarom de verkoopsters dat niet in de gaten hadden.

Er kwamen steeds minder klanten naar de vlaaienwinkel. De kleurige vlaaien stonden eenzaam te verpieteren achter het glas en de verkoopsters hielden wanhopig stand met hun enige trouwe klant en zijn viervoeter.

Tot het niet meer ging en de zaak voorgoed gesloten werd.

Jammer, nu moeten we voor een luxe vlaai weer naar de stad.

Tami


foto: markcraemers pixabay.