' Sinterklaas '

84 sinterklaas pixabay ben kerckx

De maandelijkse column van schrijfster Tami.

Dit jaar zullen er tijdens de intocht van Sinterklaas in Tilburg, roetveegpieten meelopen en volgend jaar zullen er geen zwarte pieten meer bij zijn, alleen nog roetveegpieten.

Dit heeft het Centraal Sint Nicolaas Comité Tilburg besloten, na zich in de afgelopen maanden uitgebreid geïnformeerd te hebben.

Dat is heel fijn, het Sinterklaasfeest evolueert; de roetveegpieten worden een nieuwe traditie en de gezelligheid blijft, nu voor alle kinderen en ouders.

Piet is in de loop van de tijd al vaak veranderd: van engerd die kinderen met de roe gaf, naar krompratende dwaas, naar televisiepiet met een heel arsenaal van pieten met elk hun eigen specialiteit. En nu wordt zwarte piet dus roetveegpiet.

Dat biedt, als je er even over nadenkt, weer allerlei mogelijkheden voor verhalen, avonturen, knutselwerkjes en kleurplaten. Het thema ‘roetveegpiet’ biedt zo weer kans op een nieuwe invalshoek, die de traditie verder zal verrijken.

Afkomstig uit Suriname, heb ik het Sinterklaasfeest heel anders meegemaakt dan het in Nederland gevierd wordt. In Suriname werden er geen surprises en gedichten gemaakt. Nederlanders denken als ze dat horen, dat het dan heel saai was. Maar dat was het niet, het was als kind heel spannend.

Sinterklaas kwam de Surinamerivier opvaren, onder de palmbomen opgewacht door de gouverneur, de politiekapel en een hele menigte kinderen en belangstellenden. Ik ben er als kind wel eens heen geweest, maar kon er niets van zien, ik was te klein in al het gedrang.

Sint en Pieten werden gespeeld door de militairen van de TRIS, de Nederlandse Troepenmacht In Suriname. Witte mannen, dus. Het was ook niet gek dat ze vettig zwart waren, dat kwam van het roet van de schoorstenen in Holland. Onderweg naar Suriname hadden de Pieten zich kennelijk niet gewassen.

Het werd pas leuk als de rijtocht door de stad begon. Laadwagens vol met geheimzinnige grote pakkisten en dozen – die natuurlijk vol met speelgoed en cadeaus moesten zijn – reden door de stad. Erop zaten of stonden Pieten, meestal met een bars gezicht. Witte mannen met zwarte gezichten en zwarte handschoenen.

Tussendoor marcheerden de politiekapel en de militaire fanfare op de maat met sinterklaasliedjes. Winkeletalages waren versierd met kleurige sinterklaasversieringen. Het warenhuis Kersten, waarvan gezegd werd dat Sinterklaas in het bovengelegen hotel zou logeren, had zelfs levensgrote gefiguurzaagde afbeeldingen van Sint op zijn schimmel met een legertje Pieten. De laatste wagen in de stoet was een mooie auto, waarin Sinterklaas met zijn witte baard en rode mantel zat.

Nu begon een spannende tijd, waarin je ’s avonds je schoen mocht zetten bij de trap, waarbij je dan een paar Sinterklaasliedjes zong. ’s Morgens zat er dan een vermanend briefje van de Sint bij, en een klein cadeautje of wat snoep. Als je stout was geweest de vorige dag, zat er niets in de schoen. O die glurende Piet!

Ik keek vaak naar de daken, of ik hem ergens kon zien en was er zeker van dat hij door het keukenraam naar ons gluurde. Maar nooit kon ik hem betrappen.

Sinterklaas kwam ook op school. Weken tevoren waren we bezig met Sinterklaasliedjes te leren, te knutselen en te tekenen, alles gericht op 5 december.

Op de dag zelf stond de hele school buiten te wachten, iedereen in mooie kleren. De vlag werd gehesen door een paar jongens die op de padvinderij zaten. Als Sint met twee Pieten in een sportauto arriveerde, barstte het gezang los en trad de directrice naar voren om de goedheilig man te verwelkomen.

Daarna werden er op een speciaal gebouwd podium in het grootste lokaal, door leerlingen uit alle klassen, toneelstukjes opgevoerd, versjes opgezegd en liedjes gezongen. Behalve bij de liedjes was er geen speciaal Sinterklaasthema. Ik genoot van de mooie, zelfgemaakte kostuums en de geïmproviseerde decors. De verhalen waren afkomstig uit kinderboeken of versjesboeken.

Intussen zat Sinterklaas er de hele ochtend bij op zijn versierde stoel, in vol ornaat van baard met pruik, mijter, habijt, mantel en handschoenen. En onder dat alles ook nog een gewone lange broek. Geregeld depte hij zijn voorhoofd met een zakdoek. De arme man moet het snikheet hebben gehad in de tropenwarmte.

De Pieten waren eerder van klas tot klas gegaan. De TRIS Pieten kwijtten zich vrolijk van hun taak, ieder kind kreeg een handje pepernoten. Eenmaal was er een te enthousiaste Piet, die vrolijk het snoep door de klas wierp. Tot zijn verbazing raapte niemand dat op. We hadden als tropenkinderen in onze oren geknoopt gekregen, nooit iets van de grond te eten voordat het gewassen was, geen onnodige maatregel tegen geniepige parasieten.

Ook was er een keer een overijverige Piet, die tot ontzetting van iedereen, ook van de juf, een onfortuinlijk kind voor de klas afranselde met zijn roe.

De cadeautjes die je op school kreeg waren soms heel leuk, maar soms kreeg je restanten uit magazijnen, zoals schele popjes, roestige prikpennen of goocheldozen met onontwarbare kluwens metalen ringetjes.

De échte cadeaus bracht Sinterklaas thuis. Mijn moeder was er al lang van tevoren mee bezig geweest om ons op 5 december met de leukste dingen te kunnen verrassen; speelgoed, boeken en lekkers, alles mooi ingepakt met kleurig sinterklaaspapier.

In de loop van de tijd begon er kritiek te komen op het ‘koloniale’ feest. Men bedacht een eigen ‘Goedoe Pa’, zogenaamd een rijke man die van de plantage kwam en kinderen blij zou maken met cadeautjes. Gekleed in een exotisch, Afrikaans aandoend gewaad, reed hij in een truck vergezeld door stevig drummende djembé spelers, door de stad. Het was geen succes.

Met het vertrek van de TRIS militairen uit Suriname, verwaterde het Sinterklaasfeest. In de crisistijd verdween het zelfs helemaal.

Tegenwoordig keert het Sinterklaasfeest in Suriname enigszins terug, gestimuleerd door winkeliers en handelaren. Maar hoe het nu precies wordt gevierd weet ik niet, het schijnt vaag op het vroegere Sinterklaasspektakel te lijken.


Tami

Foto: Ben Kerckx op Pixabay