'' ONZICHTBAAR ''

77 Onzichtbaar Anp Foto

De maandelijkse column van Tami.

Verdwalen, een rode leidraad op mijn reizen door stad en Nederland, overkwam mij vroeger ook met de bus. Er was destijds nog geen digitaal scherm met informatie in de bus, en ook werd er niet automatisch omgeroepen welke halte de volgende was.

Bij het bushokje stond wel informatie, maar daar werden (en worden) àlle haltes opgesomd, ook de haltes die de bus op de heenweg níet aandoet, maar als je geluk hebt, op de terugweg wel. Een soort van vicieuze cirkelprobleem dat ik ook met rotondes heb.

Het gevolg was, dat ik op een mij onbekende route (en toen ik pas in Nederland woonde was elke route onbekend) aan de chauffeur moest vragen of hij mij bij de juiste halte een seintje kon geven. De buschauffeurs zeiden bijna altijd dat ze dat zouden doen, maar vergaten mij, waar ik pas bij de eindhalte achter kwam. Daar verwezen ze mij dan maar naar een bus terug, en het hele probleem begon opnieuw. Hoe vaak ben ik niet te laat voor een afspraak gekomen, doordat de chauffeurs mij vergaten! Het leek haast of ik voor de chauffeurs onzichtbaar was, zo vaak gebeurde dit.

Reizen is nu stukken makkelijker, online kun je je route plannen en voorbereiden door herkenningspunten op Google Maps en streetview op te zoeken. Maar wat gebeurt er als de straten opengebroken worden en de routes door werkzaamheden veranderen? Dit staat niet altijd online vermeld, en is ook niet altijd bij de bushalte aangegeven.

Zo gebeurde het dat ik op een avond in het stadscentrum op de verkeerde bus stapte, in de veronderstelling dat ik naar Stokhasselt zou reizen. Al gauw bleek echter dat we richting ijsbaan gingen, de andere kant op dus. Nou ja, dan was ‘t het beste om te blijven zitten, dan zou ik op de terugweg wel langs de goede route komen, of terug bij het Centraal Station overstappen. Het was te koud en te donker om in een mij onbekende wijk op een andere bus te staan wachten, dus dit leek de beste en warmste oplossing.

Passagiers stapten bij haltes de een na de ander uit, maar ik bleef zitten. Toen alleen ik nog in de bus zat, zette de chauffeur de vaart erin. Ik vond het best, des te sneller zouden we op de terugweg zijn en zou ik eindelijk in Stokhasselt aankomen. Ik herkende nu niets meer op de route, het leek of we naar de rand van de stad gingen.

Plotseling ging het licht in de bus uit. In het pikkedonker reed de bus met maximale snelheid naar … Ja, waarnaartoe eigenlijk? Kennelijk was ik toch weer onzichtbaar geweest voor de chauffeur. Ongerust geworden besloot ik actie te ondernemen, maar als ik vanuit het donker zou roepen, zou de chauffeur niet weten waar het vandaan kwam. Ik begaf me dus in de rijdende bus naar voren.

Toen ik vlak achter de man beland was, bedacht ik dat ik hem niet moest laten schrikken. Hoe kon ik het best beginnen? Terwijl ik daarover nog nadacht, keek hij toevallig opzij en zag me staan. Tegelijk begonnen we te praten, hij verbaasd en ik informerend waar we nu heen gingen. De chauffeur vertelde dat deze bus inderdaad op de terugweg zou moeten zijn, maar een mankement had en hij daarom het voertuig naar de remise bracht.

Daar zou hij een andere bus nemen waarop ik kon overstappen. Hij zei dat hij me niet had gezien en had gedacht dat de bus leeg was. Dat laatste klonk niet onbekend.

We kwamen bij de remise aan. Er was geen mens in de schaars verlichte hangar, alleen rijen grote, donkere voertuigen. De garage opende van buiten met een schuifdeur, maar daarachter leek die aan alle kanten open. Het was er stil als op een slaapzaal. Silhouetten van bomen tekenden zich af op de achtergrond.

Verwonderd keek ik naar de rijen slapende bussen, hier gingen ze dus ’s avonds heen, als hun taak erop zat.

Intussen stapte de chauffeur in een andere bus en begon de lichten aan te doen. Terwijl hij de bus gereed maakte en ik ernaast stond te wachten, dwarrelde er iets langs me heen. Ik keek op naar de donkere lucht. In het schijnsel van de koplampen vielen witte vlokken naar beneden.

‘Kijk! Het sneeuwt!’ riep ik opgetogen.

‘Wat?’ vroeg de chauffeur, bezig met zijn sleutels. Hij keek op. ‘Ja, het sneeuwt,’ zei hij achteloos. Ik stapte in.

Hij startte de bus en we reden terug naar het station en daarna verder naar Noord. Buiten sneeuwde het zachtjes. Het werd winter.

Tami

Foto: ANP