'' LASTIG VOORBEELD ''

71 Lastig Voorbeeld Juni

De maandelijkse column van Tami.

Racisme van het luidruchtige soort is iedereen bekend, de schreeuwerds die zo vaak te horen zijn in de media, het is norm geworden om je ongefundeerde mening aan de wereld prijs te geven via website of Twitter.

Maar er bestaat nog een andere uiting van racisme, minder opvallend want zwijgend, en beleden met de ogen. Van dit soort racisme merkt de omgeving weinig, maar het doelwit des te meer.
Toen mijn kinderen nog klein waren kwam ik dit vooral tegen op ‘elitaire’ plaatsen als het jeugdtheater of het Natuurmuseum. Plaatsen die voornamelijk bezocht werden door blank publiek en waar ik opviel, als ik met mijn kinderen een jeugdprogramma bezocht.

Géén problemen met het personeel; de loketjuffrouw, portier of horecamedewerkers waren altijd even vriendelijk en voorkomend. Maar van het publiek had ik steevast het ‘zwijgend racisme’ te verduren. Het met strak gezicht aanstaren van mij en mijn kinderen, blikken die zeiden: ‘Wat doe jij hier? Dit is van ons, jij hoort hier niet, heb je wel een kaartje gekocht? En wat deed je bij de garderobe, zijn onze jassen daar wel veilig?’

Het was zeker niet leuk, en onderwijl deed ik of er niets aan de hand was, om het plezier en de onbevangenheid van mijn kinderen niet te verstoren, maar prettig was anders.

Een andere vorm van dit stille racisme uitte zich precies tegenovergesteld: het standvastig negeren van je aanwezigheid. Het strak lángs je heen kijken en over je heen praten, alsof je geen mens was maar een meubelstuk. In deze gedachtengang zou iets niet bestaan als je het maar niet aankeek.
Ook dit kwam ik tegen in ‘elitaire’ plaatsen als bijvoorbeeld de kwaliteitsboekhandel of de patisserie. Heel lastig als je bij je beurt aan de balie of de kassa werd overgeslagen, doordat zowel kassajuffrouw als klanten je niet voor klant hadden aangezien. Met zulke ervaringen leer je al gauw het type herkennen dat racisme in stilte belijdt.

Mijn jongste zoon ging naar de kleuterklas en al gauw maakte ik kennis met zijn klasgenoten die in allerlei kleuren kwamen en van alle rangen en standen. Zo kwam ik na school, bij de zandbak Emma tegen, die mij koeltjes met haar grijze ogen monsterde, en vervolgens afserveerde als ‘niet van haar soort’.
Nu is het voor een vierjarige ongewoon om er al zo vroeg bij te zijn met een dergelijk air van superioriteit. Ik ging ervan uit dat Emma thuis dit gedrag had aangeleerd.

Op de oudervergadering was ik dus nieuwsgierig naar Emma’s moeder. Het kwam goed uit dat we naast elkaar kwamen te zitten. Maar contact kwam er niet, Emma’s moeder was er zeer bedreven in om met iedereen te spreken en toch volkomen over of langs mij heen te kijken, tegelijkertijd een muur opwerpend, waardoor ik geen gelegenheid kreeg tot zelfs maar oogcontact.
Toen werd de presentielijst doorgegeven. Heel fijn, als de lijst bij haar kwam, zou ze wel verplicht zijn om die daarna aan mij door te geven en zo contact te maken.
De lijst reisde de hele klas door, kwam bij haar aan. Emma’s moeder bestudeerde de lijst geruime tijd, tekende, stond toen meteen op en legde de lijst op de tafel van de docent. Niet te geloven! Ze had kans gezien om mij over te slaan en contact te vermijden.
Arme Emma! Met zo’n voorbeeld groeide ze op in het nadeel, want de school en de samenleving waren toch duidelijk gemengd en het hielp niet als je jezelf ging isoleren.

We waren weer een paar leerjaren verder. Voor een schoolproject bracht ieder kind iets van thuis mee, en mijn zoon nam zijn kleine babyalbum mee voor de toontafel in de klas. Na een paar dagen kwam hij echter thuis met de klacht dat hij geplaagd werd; er was een foto in het album die ongewoon veel aandacht trok onder zijn klasgenoten.
Het was een foto waarop ik borstvoeding gaf en mijn borst zichtbaar was. Dus gingen we na de lunchpauze naar school terug met een andere foto, die ik makkelijk bij het insteekalbum kon omwisselen.
Ik verwachtte een stel ginnegappende jongens te zien die zich over de blote borsten stond te verlekkeren. Maar zesjarige jongens hebben kennelijk heel andere prioriteiten. Nee, het waren de meisjes, kleine vrouwtjes in de dop, die het kraamalbum met veel interesse hadden bekeken en mij nu met ontzag aanstaarden.
Terwijl ik de foto verwisselde viel mijn blik op Emma, die erbij stond en naar me opkeek, glimlachte en mij groette, wat ze nog nooit had gedaan. Op haar gezicht was iets nieuws te lezen, een mengeling van respect en vertedering. Ik begreep het. Zij zag mij voor het eerst echt, als mens.
Er is hoop voor Emma.


Tami