“Ik zocht verdraagzaamheid en vond dat in Tilburg”

Karima11

Ook in Stokhasselt hebben bewoners burgerkracht. Ze begrijpen dat ze in de participatiesamenleving verder komen door voor elkaar klaar te staan.

Een serie portretten van kleurrijke bewoners, van betekenis voor hun eigen cultuur en die van hun buren.

Karima Razawi komt uit een grote Afghaanse familie. Ze woont ruim 20 jaar in Tilburg Noord. De rest van haar familie woont verspreid over Europa. Ook woont er nog een flinke tak in Afghanistan. “Ik weet niet of ik nog ooit naar mijn vaderland ga. Het is daar nog steeds onveilig. Ik mis het wel, het kringetje van familie om me heen is nu erg klein geworden. Gelukkig vond ik in Tilburg de rust om mijn leven op te bouwen. Het leven in Noord bevalt me heel goed, ik wil hier niet meer weg.”
Karima heeft een indrukwekkende staat van dienst, ze studeerde pedagogiek en scheikunde in Afghanistan, Moskou en Oezbekistan. Ze spreekt Russisch en Afghaans. In Afghanistan werd ze tijdens de burgeroorlog onderdrukt. Haar diploma’s werden afgepakt en ze moest zich onderwerpen aan het regime. “Vrouwen betekenen daar niets”, vertelt ze. “Ik leefde voortdurend in angst, met gevaar voor mijn eigen leven. Ik was getrouwd en had twee zoons, maar mijn eigen man deed mee aan de onderdrukking. Hij keek niet om naar de kinderen.”
Mensensmokkelaars
Karima vertelt dat ze met haar zoons twee maanden heeft gelopen met paard en ezel tot de grens van Pakistan. Daar hielpen mensensmokkelaars haar aan een vliegticket. Aangekomen in Amsterdam wilde ze wonen in een stad waar verschillende religies gebroederlijk samenleven. De hulpverlener gaf haar de tip naar Tilburg te gaan. “Want daar wonen katholieken, protestanten en moslims samen in vrijheid”, glimlacht Karima.
Inmiddels zijn haar kinderen volwassen. Ze hebben beiden gestudeerd aan de universiteit, hebben een goede baan. Net zulke knappe koppen als hun moeder! “Aan mijn diploma’s heb ik hier niet zo veel. Maar ik werk heel graag. Ik heb bij Maître Paul gewerkt. En 15 jaar bij Kinderstad in de kinderopvang. Daar werd ik ontslagen wegens de crisis. Toen heb ik een diploma zorg en welzijn gehaald en bij Thebe gewerkt, tot ook daar de crisis toesloeg.”
Landgenotengroep
Karima is nu vrijwilliger in de ouderkamer van de Dirigent. Ze volgt computerles, taalles en helpt anderen die niet zo ver zijn als zij. Ook zit ze in de Afghaanse werkgroep in het Ronde Tafelhuis. “Ik help de vrouwen met problemen. Maar we ondernemen als landgenotengroep ook dingen met onze families, gaan picknicken of een dagje uit. Er komen de laatste jaren minder mensen uit Afghanistan naar Nederland. De Afghanen komen nog wel via andere landen Nederland binnen. Dan hebben ze bijvoorbeeld een aantal jaren in omliggende landen gewoond, tot het ook daar onveilig werd. Maar als ze hier in de regio wonen, dan ken ik ze via Het Ronde Tafelhuis. We zijn een hechte groep.”
Karima is een doorzetter. Ook in Tilburg maakte ze nog onaangename dingen mee. Maar haar donkere ogen schitteren. “Ik ben een optimist. Ik weet waar ik vandaan kom, hoe zwaar de reis kan zijn, maar vooral ook wat je zelf van het leven kunt maken. De mensen die van je houden moet je koesteren, zorgzaam zijn voor elkaar. Niet leven met oogkleppen op. Dat adviseer ik anderen. Vrouwen komen bij mij huilen en over hun problemen praten. Ze zeggen dat ze van mij weer blij worden. Ik ben vernederlandst, zeggen ze. Dat vind ik leuk. Ik voel me thuis hier, want ik woon hier fijn, rustig en veilig.”