“Ik wil met mijn buurman praten”

Ali En Shamarke11

Ook in Stokhasselt hebben bewoners burgerkracht. Ze begrijpen dat ze in de participatiesamenleving verder komen door voor elkaar klaar te staan.

Een serie portretten van kleurrijke bewoners, van betekenis voor hun eigen cultuur en die van hun buren.
Ali (foto) en Sharmarke lopen wijkcentrum de Ypelaer binnen. Daar hebben zij elkaar leren kennen. Ali Douadi uit Ethiopië, “eigenlijk ook uit Somalië” en Sharmarke Abdirachman uit Somalië. Inmiddels kent iedereen deze twee mannen. De ene na de andere bezoeker van de Ypelaer zegt het duo gedag. Ze zijn bekend in Noord.
“We zijn vrienden, we zijn moslim, Somaliër en we praten dezelfde taal. We wonen in Noord, met onze vrouwen en kinderen. Het voelt als familie. Samen.”
Ali, sinds 1996 in Tilburg, maakte kennis met Stichting Rajo, die veel voor Somaliërs doet. Hij wist dat daar zijn bestemming lag. “Veel Somaliërs hadden in eigen land goede functies als chirurg, leraar. Eenmaal hier telt dat niet meer. Dat was ook bij mij. Bij Rajo kan ik mijn ei kwijt. Voor onze gemeenschap. Helpen met een woning, onderwijs, contacten met artsen, ziekenhuis, de politie en al die dingen die moeilijk zijn. Mensen komen liever naar ons dan naar het maatschappelijk werk. We snappen hun problemen. In Tilburg wonen ongeveer 2000 Somaliërs.” Sharmarke woont sinds 2002 in Tilburg. Hij werkt voor het Ronde Tafelhuis. “Mensen helpen, elke vrijdag in het spreekuur. Het is altijd heel druk.”
Eigenlijk doen de twee bijna alles samen. “De Brede School in de Dirigent. Daar helpen we in de Ouderkamer. Computerles, helpen met inloggen via DigiD, e-mailen. Werken met Word en Excel. Eerst hebben we het zelf geleerd, en nu leren we het de anderen.” Ze zitten ook in de mannennaaigroep, vertelt Ali laconiek. “Een nieuwe rits in je broek laten zetten kost 10 euro! Wij doen het nu zelf.”
Wie denkt dat Ali en Sharmarke zich alleen inzetten voor de eigen Somalische gemeenschap, vergist zich. Ook in de multiculturele Werkgroep Tilburg Noord zijn ze actief. “Want”, zegt Sharmarke, “We zien dat de mensen hier gescheiden leven. De drempel is te hoog om elkaar te leren kennen. Hoe komt dat? Daar werken we aan. We boeken resultaten. Eerst had ik geen contact met mijn buurman, maar dat wilde ik wel. Nu weet ik dat veel mensen het niet fijn vinden als we met een groepje op straat in onze eigen taal hard praten. Maar die mensen weten nu van ons dat we gewoon gezellig staan te praten. Want we maken nu contact en de angst is weg. Dat willen we via de werkgroep duidelijk maken. Samenwerken en elkaar leren kennen. Want we wonen in dezelfde wijk, dezelfde stad.”
“Mensen hebben een ander beeld van je dan je bent, maar als je met ze praat, dan komt er een juist beeld van jou voor in de plaats”, zegt Ali. Hij heeft geen boodschap aan discriminatie. “Geen energie in stoppen. Ik zie hoe iemand naar me kijkt. Dat laat ik zo. Op een ander moment komen we elkaar weer tegen en dan leren we elkaar wel kennen. Dan is het goed.”