“Even langskomen bij Astrid om te lachen”

Ook in Stokhasselt hebben bewoners burgerkracht. En begrijpen ze dat ze in de participatiesamenleving verder komen door voor elkaar klaar te staan.
 

Astrid Blijd is 48 jaar geleden geboren in Paramaribo. Samen met haar man verhuisde ze 26 jaar geleden naar Nederland en ging in Tilburg, in Stokhasselt wonen. “We hebben inmiddels ook veel familie in Rotterdam wonen, mijn moeder en mijn zussen. Rotterdam is perfect om te bezoeken, vind ik. Maar het bevalt ons in Tilburg heel goed. Lekker rustig, ik heb mijn broer, mijn kinderen en mijn vrienden hier. En vier van onze vijf kinderen wonen in Stokhasselt.”
Twee dochters wonen nog thuis. Astrid zorgt voor de jongste, een dochter van 19, ze is gehandicapt. Koken is Astrids hobby. Nou ja hobby, Astrid draait haar hand niet om voor feesten van 200 of 300 man, daar catert ze met gemak voor. Als Astrid kookt, kookt ze voor heel Tilburg, zeggen ze wel eens. “Ik zou heel graag voor meer verschillende groepen willen koken, bijvoorbeeld daklozen, ouderen. Eten is voor iedereen goed en fijn. Ik sta hele dagen in de keuken. Mijn familie helpt me op de dag zelf met het buffet. Ik heb ook een paar keer met mijn kraam op het Parkfestival bij de Ypelaer gestaan. Mijn familie helpt dan altijd mee. Mijn broer zorgt ervoor dat de generatoren voor de koeling en de frituur draaien. Want je moet etenswaren verkopen, dus dan moet alles goed gekoeld of verhit worden. Wij zijn gewoon professioneel!”
Astrid neemt ons mee naar de winkels op het Verdiplein. In een Marokkaanse winkel koopt ze wat ingrediënten voor haar multiculturele keuken. “Ze kennen me allemaal op het Verdiplein. Ik kan uit iedere cultuur wel iets koken. Dat leer ik mezelf aan, ik probeer altijd dingen uit. Neem alleen al de Surinaamse keuken, die is zo gevarieerd. Ik maak bara en roti uit de hindoestaanse keuken, creoolse gerechten als kabeljauw met rijst en pom, Javaanse gerechten zoals de satés, bami en nasi. Maar ook de keuken van de inheemse indianen, zoals cassavebrood met peperwater. Dat is vis met uien en hele hete pepers. Daarnaast zijn mijn gerechten ook halal.”
Overal waar Astrid op het Verdiplein loopt, wordt ze begroet. Ze doet haar achternaam eer aan. “Ik ben een vrolijk iemand. Bij mij altijd lol. Dat weten de mensen wel. Ook al gaat het niet, dan toch lach ik. Vrienden bellen me wanneer ze zich down voelen. ‘Kan ik even langskomen om te lachen’, vragen ze dan. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, dat is mijn cultuur.” Astrid loopt snel door naar huis. Het is een hete vrijdag en bij haar in de straat zijn stratenmakers bezig. “Ik geef ze de hele dag water en ijsjes. Ze staan in de brandende zon te werken.” Astrid hoeft daar niets voor terug. “Mijn man zegt wel eens, je moet veranderen. Ik zeg dan, ze kunnen me alles afnemen, behalve mijn goedheid.”