‘Euthanasie’

7 CCF8 B02 6768 4814 9 C4 B 7 F224555 AF38

De maandelijkse column van Tami.

Mijn vriendin Ina is diep verdrietig. Na een kort ziektebed ging haar man heen, onverwachts, nog in de bloei van zijn leven.

Maarten was altijd actief geweest, hield van wandelen en natuurreizen.

Misschien was het daarom voor hem een extra schrikwekkend vooruitzicht om langdurig bedlegerig en hulpbehoevend te worden. Maar ook de pijn en de uitputtende behandelingen beroofden hem van energie, zodat zijn levenslust uitbluste.

Hij wist dat hij niet lang meer te leven had, en gedachten over de naderende dood boden steeds meer troost en aantrekkingskracht. Het gezinsleven schikte zich naar de ziekte, met de gang naar ziekenhuizen en specialisten, de agenda die vol raakte met afspraken voor gesprekken en onderzoeken.

Na een ingrijpende operatie lag hij thuis op de bank, tot niet veel meer in staat, en luisterde naar het pianospel van zijn kinderen, liet zich wegvoeren op de tere klanken.

Intussen was Ina de drijvende kracht die vechtlustig de confrontatie met de dodelijke ziekte aanging, artsen aansprak op behandelingsmethoden en medicatie, en hoopvolle mails verstuurde naar de vriendenkring.

Maarten dreef steeds verder weg, hij wist dat zijn lichaam snel meer zou aftakelen en berustte in het onvermijdelijke. Zijn kinderen stonden al haast op eigen benen; de oudste was bijna afgestudeerd, de jongste bijna klaar met school. Zijn vrouw zou goed verzorgd achterblijven, daar had hij voor gezorgd. Zijn leven, hoewel korter dan verwacht, was klaar.

Ina regelde alles, hield het huishouden draaiende, mailde de achterban, stopte met haar baan om zoveel mogelijk tijd te hebben met hem. Maar terwijl zij nog volop met overleven bezig was, maakte hij zich gereed voor de dood.

De mogelijkheid de laatste stap in eigen hand te houden, was er. De huisarts kon euthanasie plegen op zijn verzoek. Ze bespraken dit alles samen, met z’n allen, als gezin. Tranen vloeiden en woorden die uitgesproken moesten worden kwamen, of werden stilzwijgend aangenomen.

Maarten bereidde zich voor op zijn aanstaande verscheiden, het definitieve van de dood beloofde hem de verlichting van niets meer te hoeven. Zijn lichaam, eerder kerngezond, had de kanker in een half jaar gesloopt tot een wrak. Vóór de behandeling begon, voelde hij zich nog goed en had nog een verre reis naar Zuid Amerika gemaakt met zijn gezin, had met hen in Frankrijk dierbare vrienden opgezocht, en thuis hadden ze nog een feest gegeven met familie en vrienden. De cirkel leek rond.

Ina was als verdoofd, de laatste wens van haar man willigde ze in: ze moest hem laten gaan. Op een mooie namiddag ging hij heen met hulp van de arts, thuis, temidden van familie.

Overweldigend was haar verdriet, het besef dat de strijd was gestaakt voordat het natuurlijke einde in zicht was. Haar boosheid dat hij haar een ellendig sterfbed had willen besparen maar zij daar te weinig zeggenschap in had gehad, bleef lang aanhouden. Waarom had hij niet langer gewacht, haar en hen meer tijd gegund?

Euthanasie was niet wat het beloofde, een zelfgekozen einde bracht geen verlichting, niet voor de nabestaande. Pijn ervaart zij nog dagelijks, het leven is vreemd zonder hem. Misschien was het meer acceptabel, draaglijker geweest als het geleidelijker was gegaan, als een klok die steeds langzamer gaat lopen. En uiteindelijk stilstaat.

Voor de terminaal zieke is actieve euthansie misschien aantrekkelijk om het idee dat je opeens weg bent, zonder verdere lijdensweg. Maar passieve euthansie, hoewel van iets langere duur, geeft de mogelijkheid aan de nabestaanden om de stervende op zijn laatste reis nog enigszins te mogen begeleiden. Een eindje mee te mogen lopen op dit laatste pad. Tot hij uit het zicht is.

Tami