‘ De poppenspeler ‘

33628B41 4958 482F B5Ce 6F86A8Dc7Ef8

De maandelijkse column van Tami.

De Poppenspeler is niet meer. Jarenlang trad hij op met zijn marionettentheater en zijn zoon Theo, onder de naam ‘De Tejoos’. Alle uitspanningen in de omgeving van Tilburg deden ze aan. 

Ook scholen, verenigingen en familiereünies werden vermaakt met de zelfgemaakte poppen.

Vóór hij met het maken van marionetten begon, had de Poppenspeler een poppenkast, waarin hij met zelfgemaakte handpoppen voorstellingen gaf in kleine kring. Maar eigenlijk was zijn creativiteit al eerder te zien; de Poppenspeler kon met het oog van een kind naar de omgeving kijken en zag in gevonden kronkelige takken, intrigerende figuurtjes, die hij na bewerking aan de muren van het huis hing.

Voor de Scoutinggroep maakte hij een totempaal, voor het Carnavalsfeest een grote bolle kop. Zijn grootste werk was de jaarlijkse kerststal in de Sacramentskerk, met levensgrote figuren van Maria, Jozef en het kindeke, herders en koningen. Elke Kerst gingen we daarnaar kijken, tot de kerk tenslotteophield te bestaan, en de stal verhuisde naar een kerk buiten Tilburg.

De Poppenspeler was eigenlijk een betere poppenmaker dan marionettenspeler. Na zijn pensionering was hij pas aan de marionetten begonnen. Als we in het huis van mijn schoonvader kwamen, stonden er teiltjes behangplakselbrij waarin kranten lagen te weken, voor het maken van papiermaché. Op de tafel lagen gereedschap en oude lappen. In de keuken stonden dozen met houten bolletjes, touwtjes, en afgeknipte poppenpruikjes, afkomstig van oude poppenkoppen uit de Kringloopwinkel. Aan een standaard hingen marionetten in diverse stadia van afwerking. Op de achtergrond klonk muziek uit de cd-speler: vrolijkeEfteling melodieën of klassieke muziek.

Telkens als we op bezoek kwamen in de Armhoefstraat, liet hij zien hoe ver zijn werk was gevorderd. Nieuwe poppen zoals ‘de Wieler-acrobaat’ en ‘de Fluitspeelster’, kwamen te hangen naast de oudere marionetten; ‘het Patertje’, en ‘de Vrome Non’ en zijn boertjes en boerinnetjes van het Brabantse dansgezelschap ‘Voetjes van de vloer’.

Dat hij een echte familieman was, was in zijn poppen terug te zien: poppen kregen de namen van zijn dochters, en de kleinkinderen werden verbeeld als dansende elfjes.

Met de jaren kwamen ouderdomskwalen, en zijn handen konden de subtiele bewegingen van het marionettenspel niet meer aan. Ook het bewerken van klei voor de fijne poppengezichtjes werd moeilijker.Het was makkelijker om van ingedeukte colablikjes, grove poppenkoppen te maken.

Toch speelde hij het nog klaar om voor een aantalvan zijn kinderen nog een miniatuur kerststal te maken, voor onder de kerstboom.

Toen ook zijn lichaam het steeds meer opgaf, kwam hij in het verzorgingstehuis te wonen. In de Duynsberg en later Het Laar, werd zijn eigen uitgebreide kerstal uit zijn vroegere woonhuis, tentoongesteld. Hij genoot van de complimenten die de mooie poppen altijd kregen.

In een hoek van zijn kamer stonden nog steeds zijn gereedschappen klaar, voor ‘als hij er weer aan zou beginnen,’ aan het poppenmaken. Maar zijn handen, altijd bezig geweest, waren nu krom en konden alleen nog gedaan krijgen, de dagelijkse puzzel in de krant met een potlood aan te strepen.

De marionetten sierden kleurig de wanden van zijn kamer, ook in het tehuis werd hij bekend als ‘Poppenman’.

Uiteindelijk ontsliep de Poppenspeler vredig, omringd door familie. Zijn handen rustend op zijn stille borst, ging de Poppenmaker naar zijn Grote Maker. De ‘Man die aan de touwtjes trekt’, zoals hij het zelf zei.

Tami