‘Allergie’

514 FAC2 C 7490 4 EB4 8693 7 D967 CE0 CEF0

De maandelijkse column van Tami.

Het begon met zonnebrand althans zo leek het. Een rood, gezwollen gezicht dat steeds erger schilferde.

Er kwam geen eind aan, een gewone zonnebrand zou al lang over moeten zijn, dus na een jeukerige anderhalve maand, ging ik naar de huisarts die mij met een zalfje ervan af hielp.

Een verband met de intensieve verbouwing van onze studentenflat had ik niet gelegd. De flat werd van buiten als het ware gesloopt, betonplaten gingen eraf, nieuwe werden gelegd. Steengruis kwam op de vloerbedekking terecht, cementstof lag poederig over onze lakens, stof zat in de gordijnen, er was geen ontsnappen aan. Andere studenten konden naar het ouderlijk huis vluchten, onze familie woonde echter in Suriname. Juist nadat de gevelverbouwing was voltooid, verhuisde ik naar Amersfoort.

Jaren later kreeg ik verkering en opnieuw zwol mijn gezicht op, tot ik mezelf nauwelijks herkende in de spiegel. Mijn nieuwe vriend had een kat, die erg verhaarde. De haren van het beest lagen overal, dotjes en plukjes op de vloer, haren op de bank, op mijn gezicht. Zelfs als mijn vriend alles zo goed mogelijk schoonmaakte.

Aan allergie dacht ik niet, vroeger had ik immers geen problemen met katten gehad. Bij de dermatoloog vulde ik onbekommerd op het vragenformulier in dat ik geen huisdieren had, de harige kat in Tilburg was ik vergeten.

Intussen raakte mijn immuunsysteem op hol en reageerde op steeds meer dingen: oogmake-up, parfum en lippenstift moest ik na alarmerende reacties van mijn lichaam, opgeven. Het was duidelijk: ik was allergisch geworden voor dingen waar ik vroeger geen last van had gehad.

Mijn gezicht begon er almaar vreemder uit te zien. Mensen stelden vragen als: ‘Is er heet water op je gevallen?’ Of: ‘Heb je een auto ongeluk gehad?’ Of zelfs: ‘Heeft je man je geslagen?’

Er volgde een periode van vele bezoeken aan de dermatoloog en waarin ik zelf moeizaam erachter kwam wat ik voortaan moest gaan vermijden of vervangen. Het bleef niet alleen bij flesjes van mijn geliefde parfum, ook bodylotion, doucheschuim, shampoo, haargel en geurende waspoeder moesten na terugkerende huidklachten in de ban.

Tot mijn geluk verschenen er na verloop van tijd wasproducten in de handel zonder geur- en kleurstoffen. Ook met sommige babyproducten kon ik me wel redden.

De huidallergie bleek samen te hangen met iets dat later de kop opstak: astma. Nu kwamen er nog meer allergieën bij, die via de luchtwegen gingen: van luchtverfissers en geurkaarsen, kerstboomhars en donzen dekbedden tot de spraydruppels van glasreiniger.

Mijn vriend, inmiddels mijn man (zonder kat), moest aan een after shave die ik wel enigermate kon verdragen. Lastiger was dat hij ook geen deodorantspray op mocht vanwege mij.

Door experimenteren en ondervinding ben ik inmiddels zo ver, dat ik nauwelijks nog last ondervind, gewoon door de dingen te vermijden die last kunnen opleveren. Toch merkte ik van tijd tot tijd op, dat de rode plekken weer op mijn gezicht verschenen. Vaak wanneer we net op visite waren geweest of bezoek hadden ontvangen. Toen begon het me te dagen: Nederlanders kussen bij begroeting en bij afscheid. Twee of drie kussen op de wangen. Daarbij komen lippenstift, after shave, parfum en gezichtscrème op mijn gevoelige huid over. En die huid herstelt zich door mijn leeftijd langzamer.

Ik stond voor een lastige keuze: hoe moest ik aan familie en vrienden duidelijk maken dat kussen er niet meer bij was? Het zou wel vervelend opgevat kunnen worden. En vóór je met elkaar in gesprek kunt gaan, moet je elkaar eerst begroeten/kussen, en dan is het al te laat.

Terugdeinzen bij een begroeting, of bij het begin van de ontmoeting al een betoog over je allergie houden terwijl je je arm uitsteekt, zowel om de ander tegen te houden als om hem de hand te schudden, is niet bepaald bevorderlijk voor sociaal contact.

In een helder moment kreeg ik de oplossing: HUGS. Een hug of omhelzing kon de begroetingskussen vervangen. Dat was een stuk vriendelijker dan: ‘Ik wil niet meer gekust worden.’ Ik mailde onze grote familie hierover onder de kop: ‘I do hugs’.

Gelukkig reageerde men begripvol, al was het in het begin nogal onwennig. Sommigen geven liever de voorkeur aan een hand boven een hug, want dat is ook weer zo; niet iedereen wil een hug.



Tami

Foto van Pixabay.