“In mijn schrift schrijf ik alles op’’

“In mijn schrift schrijf ik alles op’’

Door de oorlog in Syrië zijn veel mensen op de vlucht geslagen. Een deel van hen vindt in Tilburg een nieuw thuis. Wie zijn deze nieuwe Tilburgers? In het Stadsnieuws zes verhalen over nieuwe stadsgenoten die een leven achter zich lieten en hier een nieuw leven opbouwen.

We spreken Kamiran Ahmad op zijn werk, in het huismeesterskantoor in de Mascagniflat. Kamiran (35) volgt een leerwerktraject, nadat hij eerst een half jaar stage liep bij WonenBreburg. Zijn collega Ad vertelt dat ze blij met hem zijn. “Hij spreekt een paar talen heel goed, veel andere talen begrijpt hij ook en kan hij zich verstaanbaar in maken. En zo gedreven als hij is om het Nederlands te leren, daar heb ik bewondering voor. Onder onze huurders komen zoveel verschillende nationaliteiten voor, dat Kamiran als huismeester heel goed op zijn plek is.”


Wil, een van de timmermannen van Wonenbreburg drinkt zijn koffie op en loopt het kantoortje uit. “Houdoe” zegt Kamiran. Ad lacht. “Dat bedoel ik nou! Hij doet moeite om zelfs het dialect te snappen. Wat was dat woord weer, wat je gisteren niet begreep?” Kamiran denkt na, kijkt in zijn schrift en probeert iets uit te spreken. Ad weet het weer. “Ja, ‘mèèregevruug’, dat zei een huurder tegen jou en je snapte dat niet.” Kamiran laat zijn schrift zien. Links op de pagina’s schrijft hij de Nederlandse woorden, rechts de Syrische vertaling. En soms krabbelt hij dus zelfs het dialect erbij. “Ik heb ook op taalles gezeten, maar door te praten, te vragen en alles in mijn schrift te schrijven, leer ik het beste”, vertelt Kamiran.


Kamiran komt uit Derik, een Koerdisch stadje in het Noordoosten van Syrië. Hij studeerde en woonde in Aleppo voordat hij vluchtte. Hij werd uiteindelijk branchemanager in een winkelbedrijf. Sinds drie jaar woont hij in Tilburg. Zijn jongere broer Danish ook. Die heeft nu een arbeidscontract bij een laboratorium. Hij heeft nog broers en zussen in België en Duitsland wonen. “Mijn ouders bleven in Syrië. Twee jaar geleden zijn ze overleden. Ik heb ze nooit meer gezien. Toen zakte me de moed in de schoenen.”


Kamiran zat maar binnen, zonder hoop op een toekomst. Helen de Wit, zijn arbeidscoach, regelde een stage voor hem bij WonenBreburg. “Het voelde voor mij dat ik twee keuzes had: thuiszitten en gek worden, of de taal leren en gaan werken. Ik besloot er helemaal voor te gaan. Ik leer nu de taal, de regels, ik wil alles kennen en respecteren.” Als (lerende) sociale huismeester zorgt Kamiran voor een veilige en schone omgeving in Tilburg Noord. Als er iets kapot is meldt hij dat bij de gemeente, of hij schakelt andere bedrijven in. Kleine reparaties doet hij zelf, echter slechts 10 % van wat hij doet is technisch, de rest is sociaal. Hij wordt ook vaak ingezet om te vertolken. Hij vindt het leuk.


In die drie jaar dat hij in Tilburg is, is er heel wat gebeurd. Hij heeft werk, spreekt Nederlands en heeft zijn vrouw leren kennen. Chirin heet ze, ze is ook Syrisch. “Met de kerst zijn we getrouwd, ze verwacht nu een kleintje, ik word vader”, vertelt hij. “Als we in Syrië waren gebleven, hadden we elkaar niet ontmoet. Nu weet ik dat we in Nederland onze toekomst willen opbouwen.

0 Reacties

Uw reactie: